zondag 30 juni 2013

1760 Maart 14 boedel Simon Gras & Anna Maria Ott


Allen de geenen die iets te pretenderen hebben, op den gededeerde Boedel van Simon Gras en Anna Maria Ott, echte Lieden wonende te Hoorn, worden mits dezen geadverteert, hunne praetensien aan te geven ter Secretarie der genoemde Stad, voor de4n 23 Febr. eerstkomende, ingevolge dispositief van de Ed. Achtb. Geregte aldaer, van dato 12 January dezes Jaars 1761. op poene van verstek en eeuwig zwygen. (Amsterdamse courant 5-2-1761; herhaald 14 en 21-1)

~ ~ ~

NAH 2546 (notaris Gerrit Sant) 14-3-1760

Staat en inventaris van alle sodanige goederen, als behooren de zijn tot de boedel van Simon Gras en deszelfs huijsvrouw Anna Maria Ott.
Gedaan maken door de E: Simon Gras [en deszelfs huijsvrouw Anna Maria Ott] zo als dezelve boedel op heden is bestaande als

Op de vliering
een glad mangel
een tafel, een schotelvak
zeven kleerestokken
een sluijtmand en twee kleeremanden

Op een agterkamerte
drie bedden met sijn toebehooren
twee paar behangsels
ses schilderijtjes, zo groot als kleijn
ses stoelen, twee matten
een thee tafel
een spiegeltje
veertien porcelijnen borden, beschadigt

Op de overloop en kleijn kamertje
agt stoelen
een pars
een bed met sijn toebehooren
een gladde kist
twee schilderijen
een kas

(p. 2)
Op de voorkamer
drie bedden met sijn toebehooren
drie behangsels
een spiegel
twee schilderijen
agt stoelen
een tafel
twee lantaarns
vier matten

Op de kamer boven de gemene haart
drie bedden met sijn toebehooren
een behangsel
een spiegel
drie tafels, een tafelkleed
drie schilderijtjes
dertien stoelen
een watervat
een kapstokje
een tang, een schoorsteenkleed
seven spoelkommetjes porcelijn, so heel als beschadigd
seven theeschoteltjes en vier kopjes dito

Op kleijne voorkamertje
een houte kleererak
een wieg en vuurmand
een stukkend weerglas
een groot bierglas
4 ijzere gordijnroeden

Beneden in het voorkamertje
een tafel, ses stoelen
een spiegeltje
een verkeerbord
drieentwintig porceleijne schooteltjes so heel als beschadigd
28 kopjes dito
2 zoutvaten van glas
een glaze theebus
(p. 3)
een braadspit met sijn toebehooren
een schilderije
een oude kleeremand en twee dito bakjes

In 't voorhuijs
seven schilderijen
een tafel
een vogelkooij met vogeltjes en een kleijne dito
een huijslantaarn
een bouffet met glazen
een kopere spoelbekken
een houte pijpen laad
een partij vlessen met en sonder drank
vijf m(aal?) ses vuurkomfooren
ses tinne kwispeldooren
13 tinne kannen so kleijn als grooter
een blikke fonteijntje

In de gemene haart
drie tafels
een kabinet
tien stoelen
een speelstoel
een spiegel
een glazekasje
een schootel rak
24 porceleijne borden so heel als beschadigt
drie blikke trommels zo kleijn als groot
eenig porceleijn koffij en theegoed so heel als beschadigt
in een mat(?) glaze kasjen
zeven porcelijne spoelkommen
een grootere dito beschadigt
2 tinne en een glaze theebussen
3 botertimptjes waar van een beschadigt
een bed met zijn toebehooren
(p. 4)
ses stooven met testen
een schoorsteenkleed
een kopere theeketel en ijzere ketting
twee strijkijzers
een tinne inkkoker en houte dito
een houte theeblaadje
drie kleereschuijer
twee tabakdoosen
een sitkoffertje
een gordijntje

Op de overloop
28 porceleijne borden waaronder 27 hele
tien dito schaalen en twee beschadigde dito

Op 't vertrek boven de kelder
een bed met sijn toebehooren
een glaze kas daar in:
20 porcelijne schotels so groot als kleijn beschadigt
4 dozijn kopjes en schoteltjes porceleijn
agt trekpotten so heel als beschadigt
twee spoelkommetjes porceleijn
vier porceleijne socolaat kopjes met schoteltjes
2 dito sonder schoteltjes
2 glaze melkkantjes beschadigt
verder eenige kleijnigheden
een stelletje op de kas
een spiegeltje en blikke trommeltje
een hartsvanger
een kas met boeken
een bureau
drie stoelen en een kleijn stoeltje
in een kas eenige kleijnigheden niet waard te schrijven
een pruijkedoos

In de kelder
eenige vlessen met wijn en eenige provisie

(p. 5)
In de keuken
agt tinne assieten zo kleijn als groot
4 tinne schenkbladen
31 tinne tafelborden
4 dito doorslagen
2 dito serviesen zijnde een olij en azijn kannetje met zijn toebehooren
een glaze dito
tien kandelaar zo koper als tin
drie kopere blakers
ses tinne waterpotten
twee aarde dito
ses koffijkannen zo tinne als kopere
Vier schenkketels so tin als koper
vijf kopere confooren
een tinne soep lepel
een kopere vijzel en stamper
een tinne lamp en dito trekpot
een kopere deurslag
een kopere scheerbekken
een delfse dito
twee kopere armblakers
een kleijn kopere confoortje
een kopere kolk dekseltje
vijf snuijters zijnde 4 ijzere en een kopere
twee blikke pijpen tot kaarsen
een bedpan koper
een tinne lampet en bekken
elf tinne schotels zo groot als kleijn
vier tinne viskomme zo groot als kleijn
4 kopere ketels zo groot als kleijn
ses kopere braadpann: met deksels zo groot als kleijn
(p. 6)
twee kopere schuijmspaanen
een kopere salmpan
twee kopere en 2 tinne souspannen
twee dito vispannen en een ijzere dito
twee ijzere roosters
drie hakmessen
drie raspen koper
4 ijzere treeften zo goed als beschadigt
een kopere doofpot
2 ijzere aschoppen
twee ijzere kettingen
een dito aspot
een blikken kaarsenlaad
twee houte soutladen
drie tinne proefpotjes
drie kleijne tinne kandelaartjes
2 houte rekken in de kookkeuken
een ijzere tang
een dito vleesvork
twee blaasbalken
2 tafel kransje houte

aardwerk
seven schotels zo heel als beschadigt
4 delfse borden als vooren
2 trekpotten, 2 melkkannetjes
tien kommetjes so kleijn als groot
verder eenige potten en pannen

houtwerk
ses emmers
een schenktafeltje
twee wastobbens
en eenige rommeling, niet waard te noemen

(p. 7)
Linnen en wollen
29 lakens, zo die op de bedden zijn, als in gebruijk anders
26 sloepen, als vooren
24 tafellakens
70 servietten
2 servietsgordijnen
drie gordijne zo groot als kleijn
94 handdoeken
drie schoorsteenkleeden
7 mans als vrouwe hemden
half hembde
paar plooijmouwe
stroppen
neteldoekse halsdoeken
servlets halsdoeken
hullen
ondermutsen
kuijtmusjen
paar plooijmouwen
voorschooten zo bonte als witte
sakneusdoeke zo witte als bonte
een linnemand met kindergoed
eenige kleijnigheden van het kind
seven vrouwe rokken zo zeijde als wollen
een zwarte zijde vrouwsjapon
4 vrouwe borstrokken zo catoen als chitsen
3 paar vrouwe kousen
1 boere kaper
een paar muijlen
een blauwe mansrok en zwart cammesool
twee camisolen
een zwarte broeck
een sampon loeuk (?)
een jas
(p. 8)
twee hembrokken
1 beddejak
een hoed
3 paar kousen zo boven als onder
drie paar muijlen zo goede als slegte
een paar schoenen
twee paruijken
een das

In de stal
een chais [sjees]
een partij schape hokken
twee chais tuijgen
drie hoofdstellen zo met als zonder kwasten
een wagen haam [lederen of houten halsjuk van trekpaarden]
een zaal met chabraken [zadel met zadelkleden]
een stal kruijwage
een land stok tot een chais
een belle tuijg
een a twee paardekluijsters [Soort van boei aan een der voeten, aangelegd om het dier in zijn bewegingen te belemmeren, inzonderheid om draven of galoppeeren te beletten.]
een paard, een snaphaan met sijn toebehoren
en verdere stalgereedschap als vorke, bezems & c:

Buijtenshuijs
een groot schilderije
een laadjes kasjen
twee ledikanten
een boufet
2 plakplanken
een glad schotelrak
een regt bank
een mandje met bocaalen
eenig gebroke porceleijn
een arreslede

(p. 9)
Goud en silver
een half dozijn silveren lepels en vorken
twee kleijn zilveren eijer lepeltjes
twee boeken met silver
een stel zilvere knoopen
een zilver zak orlogie
een paar broek gespen zilver
een silver slootje in dito strop
een paar silvere mousknoopjes
een kettingje garnate en goude haakje daaran
een paar goude orliette met een paar gartraten(?) steentjes
een goude malie hoepring
een paar kleijn zilvere schoengespen

Crediten
volgens gehouden aantekening van de vendant bedragen alle de in schulde (salv omme calculi?) een somme f 199-3-:
aan contante penningen een somme van f 12-18-8
nog een oostindische ropij waard f 1-2-:

Schulden en lasten
[doorgehaald:]
Jan Drijser vleeshouwer 214-18-10
Jan van der Kamp turfschipper 189-:-:
Bart Karel smit 41-1-:
Jan van Aken wagemaker 7-12-:
Dirk Reek roggebroodbakker 36-1-12
Frederik Reek bakker 183-14-:
af voor paart en chais
Wr. Hartslage boterkoper 109-18-:
[in de marge:]
Aan Anthonij Henvoort woonende te Monnickend: grootvader paternel, misg: Simon Jansz Roodt en Cornelis Kaag, beijde alhier, wettige aangestelde voogden over Maria Henvoort, eenige minderjarige nagelate dogter van wijlen Johanna van der Horst, (?) huwelijk verwekt bij wijlen haare eerdere man Willem Henvoort alhier overleden, de somma van f 175-:-: per rest van meerdere somme, volgens acte van accord, transactie en uijtkoop, gepasst: bij Simon Gras als weduwnaar van wijlen de gemelde Johanna van der Horst ter eenre, en de gemelde voogden ter andere sijde voor den nots: Jacob van Beek en sekere getuijgen alhier in dato 8 meij 1757 en welke acte door dese Ed: agtb: geregte den 9 maij des zelven jaars naar sijn forma en inhouden is geapprobeert geworden.

(p. 10)
Jan Drijse vleeshouder 214-18-10
Jan van der Kamp turfschipper 189-:-
Bart Karel smit 41-1-:
Jan van Aken wagemaker 7-12-:
Dk: Reek broodbakker 36-1-12
Fr: Reek broodbakker 183-14-
Warnar Hartslage boterkoper 109-18-:
Klaas Zwart kruijdenier 39-8-:
Brun van Hetten bakker 314-12-:
Martinus Groot wijnkoper 580-1-8
Pieter Ham houtkoper 5-17-:
Aldert Landman wijnkoper 56-:-:
Helmig Schuurman brouwer 31-7-:
Corn: van de Knokke
Cornelis Kaag kruijdenier 73-16-10
Jan Benist wijnkoper 222-:-:
willem Kempinga zadelmaker 4-:-:
Maarten Molenaar landhuur 144-:-:
4 Jan Roemer te Amsterdam wijnkoper 613-10-:
5 Jan wit borneer? waterde? 7-6-:
6 David Moses Levi 69-:-:
1 Jurian Ott Versmits wijnk. 300-3-:
2 Hend. Reek
3 de weduwe van Leersum 100-:-:

[NB wijkopers samen ruim 1771 gulden]

't maken van deze inventaris met de gevolgen en aankleven van dien.

Aldus getrouwelijk geinventarisseert, en door (p. 11) den vendant en deszelfs huijsvrouw in den hoorde deses gemeld opgegeven [verklaarende zij beijde comparanten in 't opgeven van deze inventaris in alle getrouwheid en opregtheid zich te hebben gedragen] zonder iets het minste haarens wetens of met voordagt [ter kwader trouwen] verzwegen te hebben agtergehouden, belovende en aannemende in dien iets nadere of verders ten voerd of nadeel van gemelde boedel mogte voorkomen al het zelve bij nadere ampliatie van inventaris te zullen opgeven, presenterende de volkomen deugdelijkheid van dese inventaris, (des noods en daartoe versogt zijnde ten allen tijden) met solemneele eede te bevestigen.

In kennisse der waarheid (p. 12) is deze bij de vendant en vendante eijgenhandig
getekent binnen Hoorn de 14 maart 1760

Simon Gras
dit is het + merk van Anna Maria Ott
mij present Gt: Sant

[totalen:
bedden 3+1+3+3+1+1=12
schilderijen 6+2+2+3+1+7+1=22
stoelen 6+8+8+13+6+10+4=55]





















1760 Februari 22 Pieter Ott voogd over kinderen Tromp


1756 September 26 volmagt Nicolaas Roos

N.A. HOORN 2490 (E. Langewagen) 26.9.1756

Desen 26 september Anno 1756
Compareerde voor mij Elbert Langewagen openbaar notaris bij den Ed: Hove van Hollant geadmitteert, binnen Hoorn residerende, ende de nabeschreven getuijgen.

Den E: Pieter Otto meester kleermaker binnen dese stadt, mij notaris bekent, welke comparant bij desen verklaerde te constitueren ende volmagtig te maken d' Heer Nicolaas Roos oppermandatoor van Comp: Werk volk op Batavia, omme sijn comparants persoon soo op Batavia, als op alle andere plaetsen in Nederlands India alomme te representeren, en sijn goet reght voor te staan, sijne saaken en goederen te regeren, administreren, te koopen, te verkoopen, soo roerende, als onroerende goederen, brieven van opdracht, en quijtscheldinge te doen opmaken, gelden op interest te trecken, schulden [p.2] in te vorderen, penningen te ontfanghen‚ quitantien te geven, ende voor namaning in te staen, wijders omme alle erffenissen en makingen een te vaerden, ofte niet
vervolgens met alle ende een ijder te handelen, te anorderen(?), transigeren, alle actens van wat natuur die mogen zijn te passeren, voor de naerkominge van dien hem comparant te verbinden, ook om in regten te verschijnen op ende jegens een ijgelijk soo eijsschent als verwerende, te procederen, en doen procederen, soo als naer stijle van de resp: regtbanck, vierscharen ofte hoven van justitie behoort gedaen te worden, de saek of saken ten uijt eijnde toe te vervolgen, te arresteren, interdueren, executeren als mede van de nadelige vonnissen te provoceren, ende generalijk soo in als buijten reghten alles uijt te voeren 't gunt hij comparant selffs tegenwoordigh zijnde souden vermogen te doen.
[p.3]
Houdende hij comparant mede voor in desen vervat indien in 't een of ander voorval enige nadere last vereijscht moght werden alsoo dese wert verleden voor generale, en speciale procuratie ad negotia, en ad lites, in der ruijmster forma, alles met maght van substitutie en belofte van approbatie, en ratificatie, onder verbant en submissie als naer reghten.

Aldus gedaen in 't bijzijn van Joost Pietersz en Pieter Fonteijn, burgers alhier als versogte getuijgen

Pieter Otto
Joost Pieters
Pieter Fonteijn
quod testor E: Langewagen nots:






1754 maart 4 Frans Otto, voorjarig matroos

N.A. HOORN 2490 (Elbert Langewagen) 4-3-1754

Desen 4: maart A(nno) 1754 compareerden Voor mij Elbert Langewagen openb(aar) not(ari)s bij den Ed(ele) Hove van Hollant geadmitteert, binnen Hoorn residerende, ende de nabes(chrevene) getuygen

Tomas Horst en Adam Caldenbagh gewesene ruyters ten dienste deser landen, beyde wonagtig binnen dese stadt, van genoegsamen ouderdom om de getuygen en in desen vervat te geven dewelken ten versoeken van Maria Cornelia Herrel, weduwe van Ignatius Otto‚ ende hare drie kinderen Pieter Otto, Ignatius Otto, en Anna Maria Otto, in huwelijk verwekt bij de selve hare overledene man, alle mede binnen dese stadt wonagtig exceptio Ignatius Otto, die uytlandig is, hebben verklaart 't gunt volght:

dat sij dep(osanten) verscheydene jaren agter een anderen seer wel hebben gekent, de weduwe req(uirante) in desen beneffens hare familie en kinderen.
dat sij dep(osanten) vervolgens ook seer wel weeten dat enen Frans Otto, voorjarig matroos in dienst van de E(dele) oostind(ische) comp(agnie) ter camer alhier, met het schip Rijnhuyse 1741 uytgevaren en volgens berigt 1744 op Casperdam bekent geweest en sedert die tijd vermist geraakt, mede is geweest een soon van de weduwe regfi(uirante), en volle broeder van voors(chrevene) hare drie kinderen, dat de selve ten tijde dat hij uytvoer was jongman ongetrouwt, en in gevalle hij overleden mogt zijn, alhier te lande alsoo alsdan tot zijne eenige en algehele erfgenamen heeft nagelaten de weduwe req(uirante) sijn moeder, mitsg(aders) sijne twee broeders en suster bevoren gemelt, ingevolge het versterf regt van desen gebruykelijk.

waer mede de getuygen dese hare verklaring sluyten, gevende voor reden en van wetenschap hare omgang met de req(uiran)te en haer familie waar door zij wel weeten dat in cas van overlijden van Frans Otto voorn(oem)d geen andere of meerdere erfgenamen alhier te landen heeft, als diegene dew(elke) in desen zijn genoemt, te vreden zijnde dese (ist noot) nader te sterken aldus gedaan in't bij zijn van Joost Pieterse en Pieter Fonteyn burgers alhier als getuygen.

Thomas Horst
Adam Kaeldenbach

Joost Pieterse
Pieter Fonteyn
quod testor E(lbert) Langewagen not(ari)s






1753 September 7 testament Maria Cornelia 'Herder' Herrel

Notarieel archief Hoorn 2445 acte 38 DIRK KRAB
(ontdekt 1-10-1987)

Op heden den 7 september anno 1753 compareerde voor mij Dirk Krab openbaar notaris ende voor de naargenoemde getuygen de Eerbaare Maria Cornelia Herder Weduwe van Ignatius Otto wonaghtigh alhier nij notaris bekent‚ siekelijk te bedde leggende dogh wel bij haar verstandt dewelke verklaarde uyte haar Vrije Wille ende sonder van iemandt misleijdt te sijn genegen te wesen van haare naar te latene goederen te disponeren ende te bevelen als volgt soo verklaarde sij testatrice om sonderlinge redenen haar gemoedt daar toe bewegende te prelegateren voor uijt te maken ende te bespreken aan haar doghter Anna Maria Otto een somma van 't sestigh gulden tegen het gene jaar soon Pieter Otto en Ignatius Otto rees hebben genoten en soo haare kinderen off derselver voogden met dese haare welmenende dispositie niet te vreden waren soo verklare sij haare andere kinderen tot erfgenamen te stellen in de naakte ende bloote legitime portie haar naar scherpheijt van regten competerende sonder meer ende stelt als dan tot haar eenige absolute ende volkomen erfgenaam haar gemelde doghter Anna Maria Otto met volle regten van erfgenaam stellinge ende met uijtsluijtinge van allen anderen stellende tot voogden over haer onmondige erfgenaamen de Heeren Aldert Lantman ende Gijsbert van Krimpen, omme na haar overlijden haar lijk een behoorlijke begraaffenisse aan te doen, ende sulx aan te doen, ende sulx verrigt hebbende haare gantsche nalatenschap tot gelt te maken, en gevende en demanderende aan haar soodanige verdere ample en breede magt als aan voogden maar eenigsints kan en magh werden gegeven met uijtsluijtingh van de weeskamer 't geregt ende allen anderen.

T geent voorschreeven staadt verklare sij testatrice te wesen haar uijtterste ende laaste wille begerende dat deselve alsoo stiptelijk sal worden naegekomen als testament codicil off anders soo als deselve best sal konnen bestaan.

aldus gepasseert in Hoorn voorsr ter presentie van Davit Kock ende Jan Berkhoudt als getuijgen

dit X merk is bij Maria Cornelia Herder selff gestelt
David Kok
dit + merk is bij Jan Berkhoudt gestelt
Mij Present Dirk Krab openbaar notaris






1753 April 6 koop huis Ramen


1753 Maart 26 obligatie 'duijsent gls"





1752 April 24 'Ingenasius Otto de ijonge'

Notarieel archief Hoorn 2421 JACOB VAN BEEK 24-4-1752

Op desen 24e April 1752
Compareerden voor mij Jacob van Beek openbaar Notaris bij den Hove van Holland geadmitteerd‚ binnen de stad Hoorn residerende ende de nagenoemde getuijgen:

Ignatius Otto de jonge wonende binnen dese stad, in den jare 1749 in dienste van de Oostindische Compagnie ter alhier, met het schip 't wapen van Hoorn‚ als derde meester uijtgevaren na oostindiĆ«n, ende met het selve schip in desen lopende jare thuijs gekomen:
staande den comparant nu wederom op zijn vertrek, als tweede meester, in dienste van de oostindische compagnie ter camer voorn., met het schip Stralen na oostindien.
Zijnde den comparant (voor zo veel des noods) geadsisteert met zijn vader en moeder Ignatius Otto, ende Maritje Cornelis beijde alhier:

ende verklaarde also bij dese te constitueren ende volmagtigh te maken zijn broeder Petrus Otto, mede alhier wonagtig, omme gedurenden zijn comparants absentie, ofte uijtlandigheijt, van de Edele Heeren Bewinthebberen van de oostindische compagnie ter camer Hoorn, ofte haar Ed: ordre, te versoeken vorderen en ontfangen elle zijne te goed hebbende en te goed krijgende gelden, volgens de soldijboeken of andere bescheijden, reets onder gemelde Heeren berustende ofte nog overtekomen; alsmede, van de Edele Heeren Bewinthebberen van de oostindische compagnie, ter camer Amsterdam, ofte haer Ed ordre: te versoeken vorderen, ende ontfangen alle zodanige maand gelden hem comparant competerende als eenige geinstitueerde erfgenaam van wijlen Ernst Hendrik Sijst, ondermeester op 't oostindische compagnieschip 't Wapen van Hoorn voorn:, blijkens desselfs dispositie Testamenteir, gepasseert binnen boort, voor Jacobus Greve‚ schipper op voorsh. schip ten overstaan ende ter presentie van den Bootsman Jan Evertsz en den constapel Willem Rolster als getuijgen in dato den 30 november 1751 (mij Notaris in originalie vertoond.) over zulx zo in 't een als ander voors[chre]ven geval, van den ontfangst quitantien passeren, de vereijscht wordende cautien te prosteren, ende voor namaningen in te staan, mitsgaders alles meerder te doen ende verrigten 't gunt sal worden vereijscht, en den comparant selfs present zijnde, zoude kunnen, moeten, en behoren te doen; belovende voor goet vast ende van waarden te zullen houden, wes uijt kragte deses door den geconstitueerde zal worden gedaan ende verrigt alles met magt van substitutie; onder verband en submissie als naar Regten.

Gedaan in Hoorn present Pieter Broekhuijsen chirurgijn en Jacob Mullers Backer beijde alhier als versogte getuijgen
Ingenasius otto de ijonge
Pieter Broeckhuijsen
Ignatius Otto
dit merk X stelde Maritje Cornelis
Jacob mullers
Mij present J v. Beek notaris






1751 Augustus 20 erfenis oom Jan Bont

N.A. HOORN 2444, 20-8-1751 notaris Dirk Krab

56
Op heden den 20 aug. anno 1751 compareerden voor mij Dirk Krab openbaar notaris etc ende voor de naargen[oem]de getuygen sr: Johannes Brinkink in huwelijk hebbende de eerbaare Jannetje Sloos ende deselve Jannetje Sloos ten dese met haere man geadsisteert ende tot het naarvolgende mede geauthoriseert ende sr: Pieter Otto in huwelijk hebbende de eerbaare Maritje Sloos ende deselve Maritje Sloos ten desen mede met haere man geadsisteert ende tot het naarvolgende geauthoriseert welke comp[aran]ten wonaghtigh binnen dese stadt mij notaris bekent verklaarden, de goederen die sij compten: met malkanderen in gemeenschap hebben beseten afgekom van haere ouders, als mede de goederen afgekomen ende door de compten: geerft van haar oom Jan Bont, nuw omtrent twee jaren geleden te hebben geschift gescheyden ende verdeelt sulx ende in dier voegen, dat ieder van de comparanten daar van sijne geregtige portie ende aandeel bekomen ende ontfangen heeft sonder dat er tusschen de compten: iets in gemeenschap is behouden belovende ieders aangedeelde gerustelijk ende vredigdelijk te sullen laten possideren ende besitten, sonder daar tegens iets te doen off gedogen gedaan te worden in regten, noch daar buyten affstandt doende ten dien eynde van relieff reductie herdeeling ende alle middelen des regte hier tegen practicabel, ende dewijl ten tijde der verdeelinge geen behoorlijke acte van deeling is gepasseert soo verklaarden de compten: dese acte te passeren over ende weder voor een volkomen acte van quitantie ende indemnieteyt, dat den een tot laste van den anderen sijn aanbedeelde en nae sig genomen goederen, ende capitalen niet te pretenderen ofte te eyschen heeft verbinde sij compten: over ende weder haere personen en goeden als naar regten ende op dat dese ten allen tijden soude strekken tot bewijs soo hebben sij compten: hier van gemaakt dese acte in form dat aldus passeerde binnen Hoorn ten presentie van sr: Adrianus Brouwer ende Teodorus Staveringh als getuygen
[Was getekend:]
Johannes Brinkink
dit + merk is bij Jannetje Sloos selff gestelt
Pieter Otte
Maarje Sloos
Adrianus Brouwer
Theodorus Stavering
Mij present
Dirk Krab openb. nots.