maandag 19 augustus 2013

1798 07 18 echtscheiding Maria Ott(e)

Nieuws! (16 sept. 2015) zie nieuws over oudtante Maria Ott

Notarieel Archief Den Haag 4526-262 p.497
Maria Otte (Marijtje Ott) benoemt zaakwaarnemer t.b.v. echtscheidingsprocedure.
Haar echtgenoot Evert Otto van Raaden was al geruime tijd spoorloos [in 2017 bevond ik dat hij als soldaat met de VOC naar Indie is vertrokken en daar jaren later is overleden, zie elders].
Maria was huishoudster bij Lieutenant Colonel Abbema (1e Bataljon van de 3e Halve Brigade) te Den Haag.
Over deze Abbema is e.e.a. te vinden op internet (vb. zie onder).
In 1803 woonde/verbleef Marijtje/ Maria te Haarlem.



Notarieel Archief 's-Gravenhage 4526—262, p.497 (23-3-1798)

Pro deo
No: 262
Volgens acte van het Hof van Justitie over het voormalig gewest Holland, in dato 23 maart 1798

Heden den 18e july 1798 compareerde voor mij Johannes Arend van Utzel, openbaar notaris, bij den Hove van Holland geadmitteert, in s'Gravenhage residerende, ter presentie van de nagenoemde getuigen

Maria Otten [43 jaar] huisvrouw van Evert Otto van Raaden‚ thans in dienstbaaren staat wonende bij dan Lt Collonel Abbema, in garnizoen alhier in den Hage, geadsisteert met Jan Willem van Alphen, procureur voor het Hof van Justitie over het voormalig gewest Holland, als bij acte van den zelven Hove‚ in dato 23 maart 1798, haar toegevoegden curator ad lites. [leider v.h. proces; vrij: advocaat]

Dewelke verklaarde bij deeze te constitu— (p.2) eeren en magtig te maken den voornoemden procureur Jan Willem van Alphen omme waar te neemen zodanige zaak of proces, als de comparante genoodzaakt is voor welgemelden Hove te sustineeren [standhouden/ voortzetten], als impetrante [eiseres] van mandament [opdracht] Rauwactie [zaak die voor een rechtscollege behandeld wordt], met de clausule [bepaling] van edide ad valvas curia [afkondiging a.d. deuren v.h. raadhuis] pro deo‚ ter eenre- op ende jeegens voornoemden Evert Otto Van Raaden gedaagde in het voorsz: cas [zaak], ter andere zijde, daarin alle dagen termijnen van regten waar te neemen en observeren, sententien [voorstel/ uitspraak] te versoeken, die te hooren pronuntieeren [bekendmaken], en de voordeelige te executeren; en voorts in omnibis ad lites [vrij: alles m.b.t. het proces]; alles onder belofte van approbatie [goedkeuring] en verband als naar rechten.

Aldus gepasseert in s'Hage, ter presentie van Jacob van Wierde en Bastiaan Siebrecht
als getuigen.
[w.g.:]
Maria Otte
J.W. v. Alphen 1798
J. van Wierden
J.A.V. Utzel notaris
B. Siebrecht 1798


Lt. Col. Abbema op het web, o.a., uit een brief over "de woelige dagen te Nieuwe Niedorp", october 1799:

"... Op eene dag zijn er door Winkel meer dan drieduijzent koeijen doorgegaan, alle door de Engelschen gerooft. Toen het gevegt 10 Oct. 's morgens voorviel, toen viel hier aan de Langereis, schuijn over ons huijs nademiddag een gevegt voor. Tot ons geluk toen hebben de Hollanders getriumfeerd en de Engelsehen zijn gevlucht. Daarop kregen wij Hollandsche militairen. Het was de Colonel Abbema met nog een adjudant, daar wij zeer wel mede in onze schik waren. Abbema is een aldervriendelijkst man en zijn adjudant was een goede kennis van Broeder Scheltinga; ..."
Bron: westfriesgenootschap.nl

Ook div. malen genoemd hier in "Dagverhaal der doormarcheerende troepen".

Let op plaatsnamen in fragment officiersboekje 1788:
In het eerste Bataillon Regiment van Efferen, van January 1780 in guarnizoen Bergen op den Zoom tot 12 April, van daar verder te Arnhem, dan met verlof te utrect e Environs tot November, van daar verder te Arnhem tot Maart 1787, terwyl het Bataillon reeds in November was gemarcheerd na Rheenen, tot 7 Aug. te Rheenen, tot dat, na op vier herhaalde reizen zyne dimissie te hebben gevraagd, door Crimineele Procedures gedwongen is geworden zich in het Camp by Zeyst te begeven, alwaar op herhaalde instantien zyne dimissie is geteekend door den gewezen Stadhouder op den 13 September, doch die hem eerst op den 4 October te er Aa is ter hand gesteld, verder te Wageningen gewoond tot de Revolutie in 1795; Als Grenadier Capitein tot Nov. 1786, verder als Capitein effectief tot 4 October 1787. (Toegevoegd: Als gepensioneerd Colonel in 1824 of 1825 te Maastricht overleden). (zie onder)
~~~ vergelijk:

Marijtje OTT (Maria Otte/ Otto/ Otten), dr. van (II.1), belijdenis Hoorn 1776, Utrecht 1782...Arnhem (Hoorn 1787) 1788...Wageningen (min.tot 1790), huishoudster 's-Gravenhage 1798/'99, Haarlem 1803, ged. (rf) 12-01-1755 Hoorn, overl. tussen 1803 en 1818,  
tr. (1) 26-05-1782 Arnhem, gescheiden 03-05-1799 's-Gravenhage 
Evert Otto VAN RADEN (van Raaden), koopman te Arnhem (verliet "vrouw en kind" eind 1787; in 1800 volgens zijn familie "absent en waarschijnlijk overleeden"), ged. 04-04-1755 Arnhem, zn. van Gilliam van Raden en Hendrina van Sprenkelaar.
tr. (2) 16-6-1799 Alkmaar
Michiel WURCKERT (Maghiel, Michael), sergeant majoor, later werkzaam in militair hospitaal, resp. stadsportier te Brielle; ged. 4-1-1758 St. Laurent (volgens overl.akte geb. te Neurenberg), overl. 9-6-1826 Brielle, zn. van Johann Christoff Wurckert en Clara Catharina N.N. (NB M.W. benoemde 27-11-1818 tot enige erfgename zijn inwonende dienstmaagd Johanna Petronella hasselman)
Kinderen (geref. ged.) VAN RADEN:
  1. henderina maria, ged. 26-1-1783 Arnhem, begr. 5-7-1783 Arnhem
  2. petrus, ged. 20-4-1786 Arnhem, begr. 6-5-1786 Arnhem
  3. jan, ged. 30-12-1787 Hoorn, vermoedelijk begr. 9-2-1790 Wageningen ("kind van vrouw van Raade")
~~~
Jacobus Carel Abbema
geb. Utrecht, 9 september 1749
ov. Haarlem, 16 maart 1835
Officier die als patriotgezinde in 1787 ontslag nam en in 1795 terugkeerde als luitenant-kolonel in het Bataafse leger. Vocht mee bij de invasie in Noord-Holland in 1799. Na zijn militaire loopbaan lid van de Staatsraad onder Lodewijk Napoleon en lid van de Rekenkamer.
In de periode 1807-1811: lid Staatsraad (1806-1810)
~ (veel meer info hier)

1795 06 26 testament Engelberts-Ott

Notarieel Archief Hoorn 2658 Matthijs Koper 26-6-1795
~ testament Gerrit Engelberts en Aaltje Ott

des avonds klokke 7 uuren ~ comparanten fl. 4000,-,- gegoet

de E: Gerrit Engelberts en Aaltje Ott echtelieden woonende binnen deese stad en zijnde aan mij notaris bekent

zijnde zij testateuren gesond van lighaamen, gaande en staande hun verstand, oordeel en uitspraak wel hebbende en gebruijkende, sooals ons notaris en getuijgen uitterlijk scheen en bleek.

Dewelken verklaarden uit overdenking van de seekerheijdt des doods en de onseekere uure van dien, te raade geworden te zijn van hunne na te latene goederen voorsieninge te doen en hun testament te maken in maniere als volgt.

Eerstelijk herroepen en vernietigen sij testateuren a11e voorgaande testamenten, codicillen en alle andersoorten van uitterste willens dispositien, bij hun testateuren te zaamen, met iemand anders of ieder afzonderlijk voor dato deeses eenigzints gemaakt of gepasseert, niet willende, dat dezelve of eenige van dien, eenige de minste kragt of effect sal of sullen hebben, al waare het dat daarin eenige derogatoire clausulen mogte weesen vervat.

En alzoo opnieuws disponeerende, verklaarden sij testateuren malkanderen over en weeder over, dat is de eerststervende de langstleevende te stellen en institueeren tot elks eenige, universeele en algeheele erfgenaam of erfgenaame, en dat in alle de goederen, roerende en onroerende actien, crediten en geregtigheedens, die de eerststervende van bun testateuren met de dood ontruijmen en na laten zal: alles egter onder deese conditie, dat bij aldien de eerststervende kind of kinderen uit dit huwelijk verwekt, in leven mogt nalaten, de langstleevende verpligt en gehouden zal zijn dezelve kind of kinderen behoorlijk en na staatsgeleegendheijd op te voeden en groot te maken, en gekomen zijnde tot hunne mondige jaaren, huwelijk of andere geapprobeerden staat, dezelve als dan uit te zetten met zooveel of wijnig, als de langstleevende na gemoede sal verstaan en oordeelen te behooren; En zal de langstleevende in cas van hertrouwen aan dezelve kind of kinderen voor vaders of moeders goed zooveel moeten bewijsen, als de langstleevende meede na gemoede sal verstaan en oordelen te behooren; Zullende de langstleevende dat alsoo beweesene goed onder zig mogen behouden tot de meerder-
(p.2)
jarigheijd of trouwdag van dezelve kind of kinderen toe, mits dezelve kind of kinderen voor de vrugten van dien opvoedende en grootmakende als vooren, alles sonder dat de langstleevende gehouden zal sijn eenige staat of inventaris te geeven, borgtogt of andere verseekering te stellen, als malkanderen daarvan ontlastende bij deesen.

Alle welke opvoeding, uitzetting en te doene bewijs sij testateuren dezelve hunne kind of kinderen toe voegen voor en in de plaats der legitime portie hen in des eerststervendes nalatenschap competeerende en waarin sij alsoo tot meede erfgenaamen worden geinstitueert.

Stellende en committeerende sij testateuren de eerststervende de langstleevende tot executeur of executrice van dit zijn of haar testament, directeur of directrice van des eeststervendes begravenis, redderaar of redderaarster van des eerststervendes boedel en sterfhuijs, voogd of voogdessen over des eerststervendes minderjarige na te latene kind of kinderen en administrateur of administratrice van deszelver goederen, geevende en verleenende de eerststervende aan de langstleevende ten dien eijnde alle magt, na regten vereijscht. gelijk mede de magt van assumtie en surrogatie.

Alles en in allen gevalle met eerbiedige uitsluijting van de Edele Heeren weesmeesteren, mitsgaders alle geregten of andere persoonen soo hier als elders, die sig eenig bewind of gezag in der testateuren boedel of sterfhuijs souden willen of kunnen aanmatigen.

En in gevalle hij testateur de eerststervende was, geen kind of kinderen uit dit huwelijk verwekt, in leeven naliet en sijn moeder Anna Maria Janszen, woonende te Eezels in Oostvriesland, als dan nog leefde, dan verklaart hij testateur dezelve sijne moeder te stellen en institueeren tot meede erfgenaame in de naakte en bloote legitime portie, dog verder of anders niet.

En bij aldien sij testatrice de eerststervende was, geen kind of kinderen uit dit huwelijk verwekt, in leeven naliet, en haar vader Pieter Ott als dan nog leefde, dan verklaart sij testatrice dezelve haare vader te stellen en institueeren tot meede erfgenaam in de naakte en bloote legitime portie en verder of anders niet.

Al het geene voorschreeven staat de testateuren zijnde voorgeleesen,
(p.3)
verklaarden sij het selve te weesen hun beijder testament laatste en uitterste wil, begeerende dat het zelve ook alzoo sal worden agtervolgt en nagekomen, tzij als testament solemneel, ten minsten als codicil, of sooals het selve best na regten zal kunnen en mogen bestaan.

Aldus gepasseert te Hoorn voornoemd ten huijse van de testateuren in predsentie van Balthazar Kuijn en Adrianus Kuijn als getuijgen hiertoe verzogt

Gerret Engelberts
Aaltye Ott
Balthasar Kuijn
Adrianus Kuijn
Ms: Koper nots:







1791 08 22 testament Pieter Ott

Notarieel Archief Hoorn 2658 akte 6 Matthijs Koper 22-8-1791 ~ testament Pieter Ott

de E. Pieter Ott‚ kleeremakersbaas‚ woonende binnen dese stad en zijnde aan mij Notaris bekend.

zijnde hij Testateur gesond van lighaam, gaande en staande, sijn verstand, oordeel en uitspraak wel hebbende en gebruijkende, sooals ons Notaris en getuijgen uitterlijk scheen en bleek.

dewelke verklaarde uit overdenking van de seekerheijd des doodts en de onseekere uure van dien, teraade geworden te zijn, van sijne nateletene goederen voorsienige te doen en sijn Testament te maken in maniere als volgt.

Eerstelijk herroept en vernietigd hij Testateur alle voorgaande Testamenten Codicillen en alle andere soorten van uitterste willens dispositien, die hij Testateur alleen, of met iemand anders voor dato deeses eenigsints gemaakt of gepasseerd en wel specialijk mede daaronder begreepen het mutueele Testament door hem Testateur en sijn overleedene huijsvrouw op den 30e Januarij 1770 ten overstaan van den Notaris Elbert Langewagen en getuijgen binnen dese stad gepasseert, niet willende dat deselve of eenige van dien, eenige de minste kragt of effect sal of sullen hebben, al waere het dat daarin eenige derogatoire clausulen mogten weesen vervat.

En alsoo op nieuws disponeerende, soo verklaart hij Testateur aan sijn oudste dogter met name Aaltje Ott te prolegateeren een somma van vierhondert guldens, geevende aan sijn voorsr. dogter dit Prolegaat voor haare gedaane diensten en oppassingen eerder.

En in 't overige van sijn nalatenschap verklaart hij Testateur te noemen en te stellen tot sijn eenige en algehele Erfgenaamen sijn drie kinderen met name Aaltje, Marijte & Jan Ott en bij overlijden van een van hun des sodanigens kind of kinderen in 's vaders of moeders plaatse bij representatie.

(p.2) Alles en in allen gevalle met eerbiedige uitsluijtinge van de Edele Heeren Weesmeesteren‚ mitsgaders alle geregten of andere Persoonen, soohier als elders, die sig eenig bewind of gezag in sijn Testateurs boedel of Sterfhuijs soude willen of kunnen aanmatigen.

laatstelijk verklaert hij Testateur aan hem te reserveren de magtenfaculteijt om bij geschrifte onder de hand, tzij door hem selve of door een ander geschreeven bij hem onderteekend, dit Testament te mogen veranderen, vermeerderen, verminderen, legaaten en andere schikkingen te maken en herroepen, Executeurs, voogden en administrateurs aan te stellen en te bedanken, sooals hij te rade sal worden, willende en begeerende dat het selve van die kragt en waarde sal sijn en gehouden sal moeten worden, eeden en in dier voege als of het selve hierin van woord tot woord
stond geinsereerd en uitgedrukt.

al het geene voorschreeven staat den Testateur sijnde voorgeleesen, verklaarde hij het selve te weesen sijn testament laatste en uitterste wil begeerende dat het selve alzoo sal worden agtervolgt en nagekomen, 't zij als Testament solemneel ten minsten als codicil ofsoo als het selve best naregten sal kunnen en mogen bestaan.

aldus gepasseerd te Hoorn voornoemd ten huijse van mij Notaris in presentie van Thijmen van Tongeren en Dirk van Hinten als getuijgen hiertoe verzogd.

Pieter ott
Thijmen v. Tongeren
Dirk van Hinten

Ms. Koper nots.





1790 01 15 Pieternella Schelfergem 2

Zie ook hier.

Notarieel Archief Hoorn 2658 Matthijs Koper 15-1-1790
Verklaring Pieter Ott t.b.v. Pieternella Schelfergem/ Schelvergang/ -ging (lidm. rf Hoorn 15-6-1768 met att. Schiedam).
Cornelis Brouwer, lidm. door belijdenis 18-3-1767 rf Hoorn (afk. Hoorn), imp. begr. 10-1-1780 Hoorn (3:-), begr. Grote Kerk zuidzijde 433 (14:10).

VOC dienstverbanden:
Onderstuurman 27-9-1763 tot 15-6-1765: C.B. van Schiedam
Opperstuurman 19-8-1765 tot 27-7-1767: ,,
Schipper 20-12-1767 tot 2-6-1769: ,,
Schipper 12-5-1770 tot 2-11-1771: ,,
Schipper 20-10-1772 tot 27-9-1779: ,,
(wellicht meer)

Dit is tot nu toe de mooiste handtekening die ik van P. Ott gevonden heb.



Notarieel Archief Hoorn 2658 (M. Koper) 15-1-1790

Een verklaring
No: 1

Op den 15e januarij des jaars 1790 compareerden voor mij, Matthijs Koper, notaris, bij den Hove van Holland geadmitteerd, te Hoorn resideerende en de nagenoemde getuijgen.

De E: Pieter Ott en Jan Pietersz Rotgans, beijde burgers en inwoonders binnen deese stad en van genoegsaame ouderdom om der waarheijd getuijgenis te geeven.

Dewelke ter requisitie van Pieternella Schelfergem weduwe en geinstitueerde erfgename van wijlen haars man Cornelis Brouwer, in leven schipper ten dienste der Oostind: Compagnie ter kamere deeser stad, volgens testament in dato 3 aug: 1760 voor den notaris Jan van Lijken en getuijgen te Schiedam gepasseert; hoe waar is.

Dat de deposanten seer wel kennen de requirante in deesen en weeten, dat de requirante met wijlen haar voorsz: man is getrouwt geweest en staande huwelijk bij elkanderen drie kinderen met naamen Huijbert, Maarten en Alida Brouwer hebben verwekt, dat de deposanten seer wel weeten dat voorn: Maarten Brouwer in qualiteit als jonge van f 5:-:-: in den
jaare 1772 met het schip Foreest na Oostindien is uitgevaaren zijnde ongehuwd jongman en volgens berigten in den jaare 1779 met het Oostind: Comp: schip Abbekerk op sijn thuijsreijse is verongelukt.

Verklarende sij deposanten laatstelijk meede ten behoeve van de requirante, dat haar voorn: oudste soon met naame Huijbert Brouwer in de jaare 1777 binnen de stad Amsterdam ook is overleeden, en dus de voorsz: Maarten Brouwer niet anders nalatende tot sijn eenige, universeele & algeheele erfgenaamen ab intestato dan sijn moeder voor de eene
en deszelfs suster voor de weederhelft.

Waarmede eijndigende hunne gegeevene verklaringen geeven voor reedenen van weetenschap, dat sij de bovengem: persoon seer wel kennen en hebben gekent en met deselve gehad en gehouden en nog houden met de requirante in deesen om (p.2) gang en verkeering, en voorts als in den text bereijd sijnde de deugdelijkheid van deese hunne gegeevene verklaringen des gerequireerd wordende nader met solemneelen eede te bevestigen.

Aldus gepasseert te Hoorn voornoemd in presentie van Cornelis van der Eeze en Anthonij Schippers als getuijgen.

Pieter Ott
Jan Pietersz Rotgans
Cornelis van der Eeze
dit is het (+) merk van Anthonij Schippers
M: Koper notaris

Oprechte Haerlemsche courant 10-02-1780

bijna identiek: Amsterdamsche courant 08-02-1780




1773 10 06 Pieternella Schelfergem 1

Zie ook hier.

Notarieel Archief Hoorn 2642 Joan Groot 6-10-1773
Lening f1040-:-: van Pieternella Schelfergem (e.v. Cornelis Brouwer) bij Pieter Ott, "baas kleremaker".






ter informatie (gevonden op www):

035 Ambacht Het Weergors en de Fortificatie Hellevoetsluis
Transportregesten 885
Harmanus Duim, getr. met Jorina Schelvergem, Pieternella Schelvergem, huisvr. van Cornelis Brouwer, schipper ter zee (uitlandig, akte van procuratie 3-8-1760 voor notaris Jan van Lijken te Schiedam), Christoffel Offhous, getr. met Grietie Schelvergem, samen kinderen en erfgenamen van Maerten van Schelvergem, transporteren aan Leendert Tackebos, mede won. op Hellevoetsluis, een huis, erf, tuintje en huisje op de Westzanddijk (Q nrs. 72 en 73), belend: z. het huis van de diaconiearmen en n. het huis van Tobias Bosselaer, voor 1800 g. contant.
Datering: 13-05-1766

1770 01 30 testament Ott-Sloos

Notarieel Archief Hoorn 2492 Elbert Langewagen 30-1-1770
~ testament Pieter Ott & Maritje Sloos

De comparanten hebben verklaart beneden de twee duijsent gls gegoet te zijn.

In den naeme des Heeren amen.

Bij desen sij kennelijk dat in den Jaere 1770 op den 30. Januarij compareerden voor mij Elbert Langewagen openbaar Notaris bij den Ed: Hove van Hollant geadmitteert, binnen Hoorn residerende, ende de nabesr getuijgen

den E. Pieter Ott baas kleeremaker en d. Eerbare Maritje Sloos egteluijden wonagtig binnen dese stadt, den Testateur gesont en de Testatrice swack van lighaam dog beijde met goet verstant, mij Notaris bekent, dewelke overdagt hebbende de seekerheijt des doodts genegen (p.2) waren om van haarluijden naar te laetene goederen te disponeren: naer dat sij comparanten dan haere Zielen hadden gerecommandeert in de genaede godts, en haere lighaemen de christelijke begraaffenisse, soo hebben sij comparanten om goede en sonderlinge redenen haer gemoet daer toe bewegende en sonder misleijdinge van ijmant (soo sij seijden) verklaart haar laetste en uijterste wil te weesen begreepen int geent alhier volgt

(p.3) Alvorens ter dispositie te komen soo hebben sij comparanten voorbedagtelijk wederroepen, doodt en te niet gedaan alle voorgaande Testamenten en dispositien van uijterste willen, sonder onderscheijt waar, wanneer, met of voor wien gepasseert, niet willende dat op de selve of enige van dien enig het minste reguardt sal worden genomen maar dat dese alleen sal bestaan.

Ende op nieuws disponerende soo hebben de coparanten malkander over ende weder de eerst stervende (p.4) de langstlevende van haerluijden genoemt ende gestelt tot sijn ofte haar eenige erfgenaam van alles ingeval geen kint of kinderen uijt dit haarluijden huwelijk verwekt op 't overlijden van de eerst stervende in levende lijve bevonden werden.

Ende bij aldien in dit geval hij Testateur de eerst stervende mogte sijn en sijne moeder Maria Carnelia Heerel als dan in leven is soo institueert hij Testateur de selve sijne moeder als dan tot sijne mede erfgenaam in de legitime portie sonder meer.

Maar als op 't overlijden van (p.5) de eerst stervende kint of kinderen van haarluijden comparanten in leven is of sijn, soo institueeren de comparanten de selve tot erfgenaam, ofte erfgenamen in der selver Legitime portie, ende de langstlevende tot eenige ende volkomene erfgenaam van al het overige dat de eerst stervende naelaten sal niets uijtgesondert, met volle regt van erfstellinge; dus sal de langstlevende de selve kint
of kinderen onderhouden en van alles naer staatsgelegentheijt versorgen tot mondigen dagen of huwelijken staat van de selve kint of kinderen toe, en als de selve mondig of met genoegen van de langstlevende getrouwt sullen sijn sodanige uijtstellinge (p.6) mede geven, veel of weijnig als de langstlevende alleen sal gelieven goet te vinden sonder tegen seggen van ijmant onderhevig te sijn, al het welke de selve kint of kinderen sal valideren tot voldoeninge en in plaetse van der selver legitime portie: sullende de langhstlevende inmiddels aan niemant ter weerelt eenige staat of inventaris behoeven te geven, veel min borgh voor eenige mindering stellen of Reekening en verantwoordinge doen waer van de comparanten malkander enuiseren alsoo sij luijden comparanten alles aen de langstlevende wil hebben (p.7) toevertrouwt, welke langstlevende mede sal wesen de enige voogt ofte voogdesse over de selve kint of kinderen met uijtsluijtinge van d.E. weeskamer daer het sterfhuijs mogte vallen en alle anderen die andersints ampts ofte bloetshalven haer in dese souden mogen moeijen met de selve kint off kinderen en haere goederen.

Naar gedaene voorlesinge hebben de comparanten verklaart sulx alsoo te wesen haerluijden laetste wil begerende dat het selve sal moeten bestaen als Testament codicil ofte soo 't best kan bestaan.
Aldus gedaen int bij sijn van Steven Doesjan en Adriaan Doesjan burgers alhier als getuijgen

Pieter Ott
Maareje Sloos
Steven Doesjan
Adriaan Doesjan

Quod Testor
E. Langewagen, notaris











1783 juni 11 testament Ott-Clomp

Notarieel Archief Hoorn 2617 Sijbrand Pereboom 11-6—1783

(p.1)
N 546 / 3 gld
de testateuren verklaarden tot geen f4000 gegoed te zijn.

In den name des Heere Amen.

Bij desen sij kennelijk, dat in den jare 1783 op den 11 juny, s'namiddags de klokke drie uuren, compareerden voor mij Sijbrand Pereboom, openbaar notaris, bij den Edele Hove van Holland geadmitteert, binnen Hoorn residerende, in presentie van de nabes: getuygen

(p.2)
Jan Ott, en Maritje Klomp, egtelieden te Wognum, dog thans zig bevindende hier, ter steeds, beyde gesond van lighaem en met goed verstand, mij notaris en getuygen bekend.

dewelke verklaarden uyt overdenkinge van de sekerheyd des doods, en de onsekere uure van dien, genegen te zijn, omme van haere tijdelijke na te latene goederen te disponeren, nae dat zij dan haere zielen hadden gerecommandeert in de genade Gods, en haere doode lighaemen een eerlijke begravinge;
soo verklaarden de comparanten om goede ende ernstige redenen haar gemoed daartoe bewegende en sonder misleydinge van iemand, dat haarlieder uyterste of laaste wille was begrepen in 't gunt volgt.

Alvorens ter dispositie te komen, soo verklaarden de comparanten te revoceren, casseren, dood ende teniet te doen alle voorgaande testamenten, codicillen en andere soorten van uyterste willens dispositien, waar en voor wien deselven, t zij te samen, ofte afsonderlijk mogte zijn gemaakt en gepasseert, als niet willende dat daarop eenig reguard sal worden geslagen, maar dat dezen alleen sal worden agtervolgt ende nagekomen.

Waarop dan komende op nieuws ter dispositie soo verklaarden de testateuren indien dit haar huwelijk door de dood ontbonden word sonder nalatinge van kind ofte kinderen, (p.3) uyt het selve verwekt, malkander over en weder over, ende sulks de eerststervende de langstlevende van haar beyde te nomineren en te institueren tot sijn ofte haar eenige en universele erfgenaem ofte erfgenaeme, in al 't gunt de eerststervende met er dood sal komen te ontruymen ende na te laten, niets daar van uytgesondert‚ en dat met volkomen regt van erfgenaamstellinge en uytsluyting van alle anderen.

En in gevalle der testareuren respective ouders, ofte eene van dien, als dan in leven mogte worden bevonden, soo verklaarden zij deselve in die gevallen, ieder ten haere opsigte, te stellen tot mede erfgenaem ofte erfgenaemen in de naakte en bloote legitima portie, ouders nae scherpheyd van regten competerende sonder meer.

Dog dit huwelijk door de dood ontbonden wordende, met nalatinge van kind ofte kinderen uyt het selve verwekt, soo verklaarden de testateuren, dat haere kind ofte kinderen, wel sullen sijn ofte wesen haere erfgenaam ofte erfgenaemen, gelijk sulx van natuure en volgens het landregt behoort; dog egter met dien verstande, expresse wil ende begeerte, dat de langstlevende der testateuren den gantsche boedel en nalatenschap van de eerststervende [in marge:] tot het hertrouwen toe, sal blijven besitten, behouden en hebben even en in dier voegen, als of het huwelijk (p.4) door de dood niet ontbonden was, met magt omme te kopen, verkopen, belasten en beswaren ende daarmede te mogen doen en handelen nae sijn ofte haar welgevallen sonder tegenseggen van iemand; oversulks de eerststervende de langstlevende van haar beyde stellende tot boedelhouder ofte boedelhoudster hem of haar daarinne instituerende bij dezen, sonder
dat de langstlevende der testateuren zal mogen werden gevergt het maken van staat en inventaris, het stellen van cautie voor eenig overschot; alsoo de langstlevende alles sal mogen consumeren en verteeren, zullende de langstlevende alleen kunnen en mogen volstaan, omme aan haare kind ofte kinderen op hunne mondige dagen, huwelijken of andere geapprobeerde staate soodanige uytstellinge te geven, als de langstlevende in gemoede sal oordeelen te behoren, alsoo de eerststervende de langstlevende al het geene voorsr staat volkomen is toevertrouwende.

En in cas van hertrouwen van de langstlevende der testateuren, soo verklaarden sij te willen en te begeeren, dat de langstlevende aan haere kind ofte kinderen, in voldoeninge van haar vaders of moeders erff sal adsigneren en bewijsen de helfte haarer boedel en nalatenschap, en wel soodanig als dezelve als dan zal worden bevonden te importeren.

Dog ingevalle onverhooptelijk haare kind ofte kinderen sig tegens deze dispositie (p.5) mogte komen te opposeren, ofte de langstlevende quam of quamen te querelleren, soo stellen sij soodanige kind ofte kinderen in de bloote en naakte legitima portie, kinderen nae scherpheyd van regten competerende, en de langstlevende der testateuren in t overige en verdere tot sijn ofte haar eenige en universele erfgenaem ofte erfgenaeme.

Wijders verklaarden de testateuren de eerststervende de langstlevende van haar beyde, te stellen tot voogd ofte voogdesse over haere kind ofte kinderen, met soodanige ampele last, magt en authoriteyt, als aan voogden nae regten kan worden verleent en gegeven, als mede met magt van adsumptie en surrogatie en met uytsluytinge van den E weeskamer, geregt en alle anderen, die ampts ofte bloedshalven haar het bewind, directie en administratie soude willen of kunnen aanmatigen behoudens een ieders respect.

Voords verklaarden de testateuren de doode van de langstlevende, indien deselve sonder kind of kinderen na te laten komt te overlijden, te willen en te begeeren, dat haere na te latene goederen, geene uytgesondert‚ ofte die er als dan nog overig zullen worden bevonden, sullen moeten gaan en devolveren voor de eene helfte aen de zijde van den testateur, en voor de wederhelfte aan de zijde (p.6) van de testatrice, volgens de successie ab intestato alhier gebruykelijk dezelven daarinne tot erfgenaemen instituerende ofte wel substituerende bij dezen.

Eyndelijk verklaarden de testateuren soo te zamen als ieder in t bijsonder aan sig te reserveren de magt en faculteyt, omme bij geschrifte onder de hand ofte voor noteris en getuygen, deze dispositie te veranderen, vermeerderen ofte verminderen, legaten en praelegaten te maken en te herroepen, executeurs, administrateurs en voogden aan te stellen en te bedanken, als sij zoo te samen als ieder in t bijsonder te raden zullen of zal worden; willende en begeerende dat t zelve van die kragt en waarde sal worden gehouden, als of 't in dezen woordelijk stond geinsereert en uytgedrukt.

Naedat 't geene voorst staat, de testateuren van woorde tot woorde was voorgelezen, soo
verklaarden zij, dat t zelve was haar testament, uyterste of laatste wille, met begeerte, dat t zelve sal bestaan als testament, codicil, ofte soo t best nae regten sal kunnen en mogen bestaan, schoon alle solemniteyten in dezen gerequireert, niet volkomen mogte wezen
geobserveert.

Aldus gedaan ten bijsijn van Claas Duijts, en Jan Visser, beyde alhier, als getuygen.

[w.g.] Jan Ott
Maartje Clomp
Klaas Duijts
Jan Visser
quod testor Sijb: Pereboom nots:











1779 juli 2 voordracht Jan Ott Wognum

... Wognum nr .... (d.d. 2-7-1779)

N:123 Vroedschaps en Kerkenraads Vergadering Gecommitteerd Gehouden tot Wognum den tweede July 1779

In deliberatie geleijt zijnde of men vermits het overleijden van des dorps gewesene coster en schoolmeester Gerrit Seijlder zal niet zonder uijtzien omme te bekomen een ander zoo haast doenlijk in desselfs plaatse is verstaan Ja; En na rijpe overweginge en bevorens wel op ten vollen geinformeert zijnde van den persoon Jan Ot; jegenwoordige schoolm: & voorzanger te Oostgrafdijk, wegens desselfs comportement en gedrag en ten vollen trouwende dat deselve is een nut, bequaam‚ vroom, vigelant en getrouw persoon tot opgemelde bedieninge, dewelke hij aldaar met lof en genoegen is bekleedende, zoo hebben voors: vroedschap en kerkenraadt haar desselve Jan Ot wel laten gevallen. Wenschte gaarne dat deselve tot voorsz: ampte werde geintrodiceert en geinstalleert. Committeerende en authoriseerende ten dien eijnde Adriaan Francoijs Mattheus Predicant en Claas Pereboom Regent beijde te Wognum zulks wij deselve committeere en authoriseere mids dezen dat zij haar ilico [direct] addresseren aan zijne doorlugtige hoogheijt onsen getrouwen Erfstadhouder omme den selven Jan Ot voor te dragen aan de absolutie collatie van zijne doorlugtige hoogheijt voorn: tot contineringe en begiftiginge van opgemelde costerije en schoollasterije op deselve aldus geresolveert ten dage en jare ut supra, en is dese ten ware oirkonde bij twee van de regeerende Burgemeesteren en vreedmakeren en bij dito Adriaan Francoijs Mattheus Predicant en Preses des kerkenraads uijt aller naam getekent en is getekendt 

Frans Groot presiedent Burgemeester
Jan Pietersz de Boer regerent Burgemeester
A.F. Mattheus H.W. Zoon




1775 maart 13 instructie schoolmeester Hobrede

Heerlijkheid Oosthuizen 125, 15-3-1775
Provinciaal Archief Haarlem

INSTRUCTIE
Gegevene door den Wel Ed hoogh. Geb. heer den heere en Mr. Joan van Bredehoff vrijheere van Oosthuysen, Etersem, Hobrede, Schardam &&
Waar na de schoolmr tot hobrede Jegenwoordig Jan 0tt sal hebben te gedragen in het bedienen en waarnemen sijner school en kerkendienst &

Artikel
1. Als er kerkendienst is zal de coster drie maal voor ieder predicatie de klok moeten luyden
2. Alle saterdagen de kerk aan te veegen en de banken en stoelen op haar behoorlijke plaats stellen
3. Als kerkmr iets in off aan de kerk te doen hebben sal de coster gehouden sijn haar te helpen daar in sij hem van nooden sijn
4. De meester sal uyt het dorp niet vermoogen te gaan voor dat de veerschuyt van Oosthuysen koomende van Amsterdam voorbij is, te weten maandags, woensdags en saterdags
5. Van mey af tot november toe sal de mr sijn school beginne van smorgens ten half negen tot elf uure toe en weder van twaalf tot drie uuren na de middag toe
6. Van november tot mey toe sijnde winter seisoen van morgens 9 tot 11 uure toe en weder van een tot drie uure toe (p.2)
Ten
7. De mr sal t school smorgens ten 8 open doen opdat de kinderen voor de deur niet moeten moeten staan wagten
8. de mr sal geduurende de uuren van de school tijd sig in t school laten vinden
9. De mr moet selfs op t uurwerk passen en op t sluyten van de kerk
10. De coster sal als er een lijk begraven wert wel moeten toesien dat het legersteede geld of kerke graff zijnde de huur meede betaald is eer het selve geopend werd en na de begraving t graff toe maken en de steen off steene weder op leggen en genieten voor ieder lijk en t luyden der klok van oude burger 12 stuyvers en van een jongh 6 dito. Idem van buyten doot oud 24 en jongh 12 stuivers.
11. De mr sal in den Pinxter week vrij sijn om school te houden als meede in de winter een maand vrij sijn
12. Saterdags namiddags sal de mr school kunne houden als hem belieft anders niet
13. De mr sal gehouden sijn de kinderen voor niet te onderwijsen en leeren die hare ouders off selfs gealimenteerd werden
14. De mr sel gehouden zijn als de cathechismus gepredikt werd de artikelen des geloofs te lessen en wanneer een vrije stoff verhandelt werd den tien gebooden
15. Voorts sal de mr de burgerlijke discipline onderworpen sijn

Dese boeven en omstaande artikelen (p.3) sijn door kerkenraadt en kerkmeesteren & ter neder gesteld op den 3e November 1704 en is vervolgens hier op een gunstige approbatie van den Wel Ed hoog geb. heer van Oosthuysen Etersem Hobrede; && verleend en nu op nieuws gerenoveerd en geamplieert op den 13e maart 1775.

Ter Ord.tie van sijn Wel Ed hoogh geboorne Dirk Hop, secretaris






zondag 18 augustus 2013

Jan Ott te Wognum

DTB Wognum kerkeraadshandelingen
8 aug. 1779 attestatie Jan Ott, 21 jaar.


DTB Hoorn impost trouwinschrijving
Feb 6 (1783) Jan Ot te Wognum zullende trouwen met Marijtje Klomp te Spanbroek voor de Bruidegom in de 1ste Classe - 30 = : =
(NB inschrijving was kort voor Jan's 25ste verjaardag, het huwelijk vlak erna. Vandaar wellicht inschrijving in Hoorn en niet te Wognum. Zijn ouders waren toen kennelijk zeer vermogend. Ik vermoed dat ze in zijn opleiding hebben geïnvesteerd. Hij was de enige zoon. Maritje Sloos had een fortuin geërfd.)

Idem Spanbroek
op dato (8 feb. 1783) Aangevinge gedaan bij Maartie Clomp jongedogter wegens haar huwelijk met Jan Ott, jonkman van Woglum onder Hoorn als gehoorende onder de classis van f30=0=0


DTB Wognum trouwen
23 feb. 1783

9 nov. 1783 geloofsbelijdenis Maartje Clomp, 21 jaar.

28 December 1783 doop Pieter - NB in oude stamboom staat een fout: februari ipv dec.!

12 Januarij 1784 aankoop graf en eerste kind begraven.

begraafboek Wognum 14-1-1784, begraven zoon Pieter, ca. 3 weken oud.

20 Maij 1784

25 December 1784

20 Maij 1785

5 Februarij 1786

20 Maij 1786

20 Maij 1787

6 January 1788

20 Maij 1788

20 Maij 1789

28 Maart 1790

20 Maij 1790

20 Maij 1791

24 Maij 1791 - eerste variatie

1792 03 30 - verfijning

20 Mai 1792 (dit staat fout in oude stamboom!) doop allereerste Alewijn Ott.

20 Maij 1792

20 Maij 1793


NB deze tekst is overgeschreven (behalve jaartal) uit het oude gravenboek en dus niet door Jan Ott bedacht. Ter vergelijking:


20 Maij 1794

22 October 1794

21 April 1795

31 Aug. 1795

31 Augustus 1795 - begrafenis dochter Trijntje, 10 maanden en 10 dagen oud.

30 October 1796 - NB hij is dus vernoemd naar Gerrit Engelberts en niet naar Gerbrand Clomp.

Familiegraf 121


4 April 1796

2 Januarij 1797

3 Januarij 1797 - zoon Gerrit, 10 weken oud.

19 Junij 1797

7 Januarij 1798

15 Februarij 1799


19 Junij 1799

6 feb. 1800 lidmaten (Kerkbuurt)

19 Junij 1800

19 Junij 1801

1 November 1801



19 Junij 1802

19 Junij 1803

5 Junij 1804

29 juni 1804 lidmaten (Kerkbuurt)



19 Junij 1805


26 maart 1806 lidmaten (Kerkbuurt)



1 Junij 1806

22 Mei 1807 (nieuwe spelling maij => mei!)



15 Junij 1808

Schoonschrift Jan Ott:
Wognum (overlijden, trouwen), 14 Julij 1808

18 Julij 1808, Maartje Klomp begraven, kerk No. 121.



25 Mei 1809


26 maart 1810 lidmaten Wognum


idem 11 Bloeijmaand (mei) 1810 - NB adres = Kerkbuurt #39

12 Maij 1810


24 Junij 1810 aan de erven van Jan Ott